Kenmerken

Mensen die last hebben van gebrek aan impulscontrole kunnen herhaaldelijk niet in staat zijn zich te verzetten tegen bepaalde schadelijke en/of verboden activiteiten. Men kan zich moeilijk of helemaal niet beheersen. Men kan zich niet verzetten tegen de neiging om iets te doen dat schadelijk is voor zichzelf of voor anderen.

Gedragsvoorbeelden

Voordat men het specifieke ongewenste gedrag vertoont voelt men zich opgewonden, tijdens de activiteit voldaan en opgelucht om er vervolgens vaak spijt van te hebben. Bijvoorbeeld: jezelf niet in de hand hebben tijdens een conflictsituatie, zoals bij verkeersagressie. Overmatig eten, eetbuien en depressief gedrag kunnen ook belangrijke signalen zijn. Er zijn ook specifieke stoornissen in de impulscontrole zoals brandstichting, onverklaarbare woedeaanvallen, neiging tot stelen, neiging om de eigen haren uit te trekken, zelfverwonding en ander schadelijk gedrag. Zelfdestructief gedrag uit zich ook wel in het hebben vanveel wisselende seksuele relaties.

Hulp

Gebrek aan impulscontrole komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en de verschijnselen zijn doorgaans op de peuterleeftijd al zichtbaar. Gespecialiseerde hulp wordt meestal gevraagd rond de leeftijd van 5-7 jaar, als het kind problemen ondervindt op school en in het contact met leeftijdgenoten, of als het kind thuis moeilijk hanteerbaar is. De bijkomende gedragsverschijnselen blijven doorgaans de hele kindertijd bestaan en maken rond de puberteit plaats voor innerlijke onrust. Tegen de tijd dat kinderen volwassen zijn wordt de behoefte aan impulscontrole steeds groter.

Daarom biedt IKOS, zowel aan kinderen, adolescenten als volwassenen, diverse vormen van training en hulpverlening om te leren omgaan met allerlei impulsen.